JavaScript aanzetten
U heeft JavaScript uit, zet JavaScript aan om de website te gebruiken.
menu

Het kompas

timeline Route plannen map Wandelkaarten directions Wegwijzers near_me Het kompas my_location Positie bepalen wb_sunny Het bergweer
Wandelen met een kompas

De juiste richting bepalen


Wie denkt aan wat meer avontuurlijke wandeltochten, moet ook al snel denken aan een kompas. Misschien om de richtingen in een wandelbeschrijving te kunnen volgen, of als hulpmiddel bij het oversteken van een Alpenwei, heide- of sneeuwveld. Tevens wordt het kompas gebruikt om een korte rechtstreekse weg te zoeken of de exacte positie te bepalen. (o.a. bij calamiteiten). Als hulpmiddel om moeilijke situaties op de wandelkaart goed te interpreteren is een kompas ook de investering waard.

Ook bij het alleen maar volgen van vooraf uitgezette wandelroutes, kan het geen kwaad om iets te weten over richtingen bepalen. Dat kan zelfs al door goed naar de natuur te kijken of het horloge als kompas te leren gebruiken. Een redelijk kompas hoeft niet veel te kosten en kan alleen daarom al het overwegen waard zijn. En wie weet welke nieuwe deuren er worden geopend.


De kompasroos

Om compleet te zijn eerst iets over de kompasroos. Veelal gesneden koek, maar mocht de kennis zijn weggezakt even een opfrisser...

kompasroos

De kompas richtingen zijn opgedeeld in vier hoofdrichtingen; Noord, Oost, Zuid en West. Ertussenin wordt Noord-Oost, Zuid-West enzovoort genoemd. Dat horen we dagelijks van de weerman. Als hij vertelt dat morgen de wind uit het Zuid-Oosten komt, weten we allemaal dat we beter op het terras voor, of juist achter het huis kunnen gaan zitten.

Ook deze gebieden zijn weer opgedeeld. We praten dan over richtingen als bijvoorbeeld Noord-Noord-Oost, dus iets noordelijker dan Noord-Oost.

Het blijft echter een globale aanduiding, en wordt doorgaans ook alleen gebruikt als het niet al te nauw steekt. Willen we meer nauwkeurigheid, dan stappen we over op de term 'graden'.

Een kompas heeft dan ook altijd een 'gradenaanduiding' naast de meestal als hoofdletter weergegeven vier hoofdrichtingen. De kompasroos is opgedeeld in 360 graden waarmee we al veel meer nauwkeurigheid kunnen bereiken. Dit betekent dan dat Oost 90, Zuid 180, en West 270 graden is. Noord wordt 0 of 360 graden genoemd.

Zo zijn ook de tussenliggende richtingen gemakkelijk aan te geven. N=0, O=90, dus NO is 45. NNO=22,5 en ONO wordt 67,5 graden.

Ook weten we allemaal dat de zon opkomt in het oosten en ondergaat in het westen, en om twaalf uur 's middags ongeveer in het zuiden staat. Dat wordt een belangrijk gegeven als we het horloge als kompas gaan gebruiken.


De natuur als kompas

De zon is overdag vaak de goeie richtingaanduider, maar ook als de zon eens achter de wolken verscholen blijft kunnen we best nog richting indicaties vinden door goed naar de natuur om ons heen te kijken. Met opzet gebruik ik het woord 'indicatie', want erg betrouwbaar is dat niet altijd.

Een belangrijke aanwijzing is doorgaans mos op de boomstammen, muren, tuinhekjes en dergelijke. Het groen laat ons zien wat de noordkant is. Op de foto linksonder is duidelijk links onder op de stam de groene mosgroei te zien, rechts is de stam vrij van begroeiing. Rechts is dus de zuidkant.

Ook de boomtakken geven de richting aan. Op dezelfde foto groeit de grootste tak met veel zijtakjes ook naar het zuiden. Naar het licht toe dus. Een ander voorbeeld daarvan is de boom op de rechter foto. Dit fraaie exemplaar laat ook duidelijk weten waar hij het zonlicht vandaan haalt. Links is dus de zuidkant.

de natuur als kompas gebruiken

Pas hier wel mee op. Bomen langs een bosrand geven niets prijs. Die groeien 'van het bos af' naar het licht. Ook al is dat het westen.


Het horloge als kompas

Een veel betere peiling is te maken met het horloge, maar dan moet wel de zon schijnen of minimaal vaag achter de dunne wolken te zien zijn. Bijkomend voordeel is dat we normaal altijd wel een horloge mee hebben.

het horloge als kompas

Door het horloge als kompas in te zetten, maken we gebruik van het feit dat de stand van de zon in relatie staat tot de tijd en de richting.

Dat de zon om twaalf uur in het zuiden staat is bekend. Maar waar deze staat om kwart voor tien of half drie, dat is al lastiger.

(Overigens staat de zon dan niet precies in het zuiden, tijdens de zomertijd is dat 13:30 en in de wintertijd 12:30. Daarbij wijkt dit ook nog af afhankelijk vanuit welk land je het zuiden bepaald. Voor het gemiddelde toeristische gebruikt is dit echter niet van belang.)

In het voorbeeld links is het op mijn klokje bijna half twaalf 's morgens.

Richt de kleine urenwijzer naar de zon. (Op deze foto alleen de zonnestralen daar de zon fotograferen niet eenvoudig is).

Trek een denkbeeldige lijn van de urenwijzer naar de zon, en een tweede lijn vanuit de as van het horloge over de vaste twaalf uur aanduiding op de wijzerplaat. Het zuiden ligt precies tussen deze twee lijnen in.

Nu we redelijk nauwkeurig weten waar het zuiden is, kan ook de conclusie worden getrokken waar west, oost en noord of tussenliggende richtingen te vinden zijn.


Het kompas

Een kompas levert de meest nauwkeurige informatie over richtingen, onafhankelijk van wel of geen zon. (Een uitzondering kan worden gemaakt voor GPS Satelliet navigatie, maar dat heeft nog niet iedereen; Ook ik niet. Als oud zeeman blijf ik liever nog even bij de romantiek van het kompas en het zelf een beetje uitpuzzelen).

Een wandelkompas heeft in elk geval een duidelijke haarlijn/vizier, en een verstelbare gradenring. De meest gebruikte zijn de Recta kompassen, verkrijgbaar in elke outdoorshop. De Recta DT-plaatkompas serie vanaf 15,- , DS-Spiegelplaatkompas of DP-serie met extra lange vizierlijn tot zelfs 100,-

Voor de uitleg op deze site heb ik een eenvoudig spiegelplaat kompas gebruikt, al heel erg lang mijn trouwe metgezel tijdens onze wandeltochten.


Een kompasrichting lopen

Als bekend is welke richting we uitmoeten, kunnen we eenvoudig het kompas volgen door deze op die richting in te stellen.

een kompasrichting lopen

Stel, we staan in het Teutoburgerwald op een bergrug, (Foto) en de routebeschrijving of wandelkaart geeft aan dat we WNW (292,5 graden) moeten aanhouden tot aan een brede bosweg.

Op het kompas stellen we dan 292 graden in door de ring rond te draaien tot 292 bovenaan het kompas in lijn met de haarlijn staat.

Dan houden we het kompas horizontaal (waterpas) voor ons uit en draaien rond onze as tot de rode kant van de naald, de noordaanduiding, samen gaat vallen met de 'N' op de gradenring. (Foto)

De haarlijn, het vizier, wijst dan de richting aan waar we naar toe moeten lopen.

Om met het kompas in de hand te blijven lopen, en daarbij niet te veel beweging te veroorzaken waardoor de kompasnaald heen en weer gaat schommelen, dat valt niet mee. Gemakkelijker gaat het door in de aangewezen richting ver vooruit te kijken en daar te zoeken naar een opvallend iets. Een vrijstaande boom, grotere steen of andere in het oog springende dingen.

Daar wordt dan op af gelopen zonder dat het kompas verder nodig is. Bij dat punt aangekomen kan dan nogmaals een punt verderop worden gezocht om op af te gaan. Bij lange afstanden kan het nodig zijn ook tussendoor de richting af en toe met het kompas te controleren.


Kompasrichting bepalen

In het vorige stukje wisten we welke koers we moesten aanhouden, nu gaan we bekijken hoe we een koers kunnen bepalen wanneer deze niet vooraf bekend is.

Richting bepalen met een kompas

 

Wie in een rechte lijn van een bepaald punt naar een andere plaats wil komen, zal zelf een koers moeten bepalen als er geen paden zijn die gevolgd kunnen worden.

Ook is het handig een koers uit te kunnen zetten als er zo veel paden kruisen zonder duidelijke markeringen, dat er twijfel ontstaat welk pad de juiste is.

In dit voorbeeld ga ik ervan uit dat we op deze kaart het rode wandelpad lopen van onderaf de kaart naar de kruising van paden in de oranje cirkel.

We willen daar op de 120 linksaf, maar er komen heel veel paadjes bij elkaar. Een aantal staan op de kaart, anderen niet.

Die overige paadjes zijn misschien koeienpaden, maar de twijfel slaat toe. Vooral ook omdat er geen markeringen te vinden zijn. De oplossing bestaat er uit dat we de richting waarin de 120 loopt gaan bepalen, om daarna met het kompas het juiste pad te selecteren. De globale richting van de 120 heb ik verduidelijkt met de oranje lijn parallel aan die richting.

Richting bepalen met een kompas

 

Eerst zoeken we een Noord-Zuid lijn op de kaart. Meestal zijn deze lichtblauw ingetekend van boven naar beneden. (Let op, niet bij alle kaarten is de bovenzijde de noordkant. Check daarvoor de legenda)

Het kompas moet parallel langs een van deze lijnen liggen, hier in het zwart iets duidelijker getekend.

In het voorbeeld is te zien dat het kompas op de kaart is uitgelijnd, maar de kaart zelf ligt nog niet precies Noord/Zuid. De kompasnaald wijst nu immers 30 graden aan.

Richting bepalen met een kompas

 

Terwijl we het kompas stil op de kaart laten liggen, draaien we de kaart naar rechts tot ook de kompasnaald recht naar het noorden wijst.

Op de foto links ligt het kompas goed uitgelijnd op de kaart, en ook de kaart is nu naar het noorden gericht.

(Op afwijkingen van het kompasnoorden en het kaartnoorden ten opzichte van het 'echte noorden', ga ik hier niet verder in. Wie daar meer over wil weten kan via de volgende link alles vinden over declinatie en inclinatie).

Richting bepalen met een kompas

 

Nu de kaart goed op het noorden is gericht, kunnen we het kompas over de kaart verschuiven en in lijn brengen met het gezochte wandelpad.

Het spielgelplaat kompas leggen we langs het wandelpad op de kaart, maar mocht je over een doorzichtig plaatkompas beschikken wordt bij dat type de as van de kompasnaald op de kruising gelegd en het kompas gedraaid tot de haarlijn parallel aan het wandelpad ligt.

In ons geval dus 'naast' het pad. Daarna draaien we de gradenring tot de 'N' weer samenvalt met het magnetische noorden waar de naald nog steeds naar toe wijst. (foto)

Op de haarlijn kunnen we dan de koers aflezen. Hier 320 graden.

Richting bepalen met een kompas

 

De looprichting is dan goed op het kompas ingesteld zodat de kaart kan worden opgeborgen, en met het kompas in de hand draaien we rond onze as tot de magnetische naald weer noord aanwijst.

De haarlijn of het vizier van het kompas wijst dan keurig het juiste pad aan. (Zie ook het deel 'een kompasrichting lopen' hierboven)

Natuurlijk kunnen we op dezelfde manier een koers bepalen van een punt A naar een punt B als er geen paden zijn. Gewoon het kompas tussen A en B leggen nadat de kaart naar het noorden is gericht. Dan de gradenring draaien tot de 'N' in lijn is met de kompasnaald. Daarna de koers eenvoudig aflezen.


arrow_backHome