JavaScript aanzetten
U heeft JavaScript uit, zet JavaScript aan om de website te gebruiken.
menu

Het bergweer

timeline Route plannen map Wandelkaarten directions Wegwijzers near_me Het kompas my_location Positie bepalen wb_sunny Het bergweer
Het weer in de bergen

Veilig wandelen; herken de onweerkansen


Wandelen in de bergen is heerlijk, maar het moet wel veilig zijn. Als er kans op onweer wordt gegeven, is het niet verstandig om een te lange wandeling te gaan maken. Maar je hebt niet altijd een weerbericht bij de hand en het kan ook zo ineens komen opzetten. Iedereen herkent een onweersbui als hij er middenin zit. Maar hoe herken je hem op tijd, dus voor het noodweer losbarst? Waar moet je dan op letten? Daarom hier een korte uitleg over het weer in de bergen en enkele handige tips.

Prachtige lucht boven de Hochwipfel

Om te beginnen wat informatie die duidelijkheid kan scheppen over hoe het weer ontstaat. De zon zendt straling uit die ervoor zorgt dat het bij ons op aarde aangenaam vertoeven is. De zonnestraling wordt onder andere gebruikt voor het verwarmen van de bodem en de lucht. Elk deeltje kan door die straling warmer worden, maar lucht warmt minder snel op dan de bodem. Het aardoppervlak zelf reflecteert ook een deel van de straling en dit zorgt ervoor dat de temperatuur daalt als je hoger op de berg komt. Dit verschil in opwarming tussen de lucht en de aarde is van groot belang voor de luchtstroming. Het zorgt er namelijk voor dat er overdag een wind vanuit het dal de berghelling omhoog waait: dalwind.

  • wolken onstaan bij dalwind
  • wolken onstaan bij dalwind

Deze wind is het sterkst halverwege de ochtend, omdat de circulatie wordt aangedreven door de zon. Die zorgt immers voor opwarming van het oppervlak. De dalwind kan dan ook ineens sterk afnemen als er een wolk voor de zon langs trekt. 's Nachts is het omgekeerde het geval; er waait een wind langs de berghelling naar beneden, het dal in: de bergwind.

(Deze wind voert veel zuurstof mee omlaag wat door de bossen op de hellingen wordt gemaakt. Vaak wordt gezegd dat slapen in de dalen zo gezond is. Dat heeft te maken met deze bergwind die 's avonds de koudere lucht uit de bergen omlaagvoert en daarmee voor koele nachten zorgt. Ook is deze nachtlucht dus zeer zuurstofrijk).

De wind neemt toe met de hoogte. De opwaartse stroming overdag kan voor bewolking zorgen. Lucht die stijgt, koelt namelijk af, waardoor water kan condenseren. Wolken die zo ontstaan, zijn meestal losse wolkjes met blauwe lucht ertussen. Ze hoeven niet per definitie 'slecht' te zijn, vaak valt er geen neerslag uit. (Foto's boven)

Alleen uit wolken met een sterke verticale ontwikkeling, de zogenaamde cumulus, kan aardig wat water komen. Meestal vormen deze wolken zich in de loop van de dag, ze beginnen klein en breiden zich steeds verder uit. Verder kan laaghangende bewolking voor wat motregen zorgen. (Cumulus met sterke verticale ontwikkeling: foto onder)

Cumulus met sterke verticale ontwikkeling in de Ardennen

Echt noodweer, dus zware regenval, hagel, windstoten en onweer, kunnen alleen voortkomen uit cumulonimbus. Deze enorme wolkenmassa's zijn vaak te herkennen aan de vorm van een aambeeld. Ze ontstaan uit de cumulus wolken.

Als er in de loop van de dag wolken te zien zijn die zich verticaal uitbreiden, is het erg verstandig om terug te keren. Er hoeft niet altijd neerslag te vallen, maar je kunt je beter niet laten overvallen door een onweersbui.

vlaggenwolk bij de top van de Gross Glockner

Soms zie je overdag aan een hoge, geisoleerde bergtop een wolk hangen. Deze ontstaat alleen bij harde wind aan de lijzijde van de berg (de zijde die uit de wind ligt) en verdwijnt 's avonds als de opwarming van de aarde stopt. Dit noemt men een vlaggenwolk en is dus typerend voor berggebieden.

Het zijn geen wolken om je druk over te maken, ze brengen geen slecht weer.

Wolken kunnen ook nog op een andere manier ontstaan. De mate waarin het aardoppervlak wordt verwarmd, hangt af van het landgebruik. Zand wordt bijvoorbeeld warmer dan gras (daardoor kan zand 's zomers ook branden onder je voeten).

Hierdoor stijgt de lucht boven een stuk zand snel ten opzichte van zijn omgeving, waar gras ligt. In deze stijgende lucht, vaak over grote gebieden, kunnen ook wolken ontstaan. Vaak krijg je dan dichte bewolking, waar geen blauwe lucht meer doorheen te zien is.

Als dit de grond bereikt, spreken we van mist. (foto onder) Uit dit type bewolking kan wat regen vallen, maar het is niet van grote betekenis.

mist of lage, dichte bewolking in Italie

Het kan soms handig zijn om te weten wat voor weer er voor de deur staat. Nu kun je natuurlijk naar het weerbericht luisteren of een boer uit de omgeving vragen. Maar het volgende is altijd handig om te weten. Cirrostratus is hele hoge bewolking die zich tegen de hele hemel uitspreidt. Het zorgt ervoor dat de lucht er soms minder blauw uit ziet dan anders. Dit is een voorbode voor een naderend front, dus de wind zal toenemen en er is een grote kans op regen binnen 6-12 uur.

Het valt echter niet altijd mee om cirrostratus te herkennen, want het zou ook best nevelig kunnen zijn. In de bergen is het verschil echter makkelijk te zien. Kijk, als je geniet van het uitzicht vanaf dat mooie topje, ook eens of je de bergen in de verte goed kunt zien. Is dit niet het geval, dan is het nevelig. Zijn de omringende bergen wel duidelijk te zien, dan zit het alleen in de lucht en is het cirrostratus.

cirrostratus (Foto Universiteit Wageningen)

Nog een manier om een voorspelling te maken over het weer is door te kijken naar condensstrepen, achtergelaten door vliegtuigen. Als ze snel verdwijnen, is de lucht droog. Dit betekent dat het voorlopig nog mooi weer blijft. Blijven ze langer bestaan en verbreden de sporen zich, dan is de lucht bovenin vochtig en ook dit duidt mogelijk op een naderend front.

Natuurlijk zijn er nog meer kenmerken waaraan je slecht of juist mooi weer zou kunnen herkennen, maar het voert te ver om dat hier allemaal te bespreken. Bovendien is het altijd verstandig, zeker 's zomers, om op tijd de bergen in te gaan. Het meeste onweer vindt namelijk plaatst in de loop van de middag, dus het is handig om dan weer 'veilig' beneden te zijn. Maar met deze tips op zak ben je in elk geval goed voorbereid!

Cumulonimbus boven Maastricht

Wat te doen als je toch in een onweersbui terecht komt? Je moet er in elk geval voor zorgen dat je niet op een topje staat en zeker niet bij een topkruis. Onweer zoekt de weg van de minste weerstand en de kortste weg is via de bergtop.

Foto vanuit de voortent genomen in Reisach

Een topkruis is dus heel gevaarlijk, zeker als er een bliksemafleider op staat. De kans is groot dat de bliksem hierop inslaat en op jou overslaat. Ook metalen kabels bij smalle bergpaadjes of metalen hekken zijn gevaarlijk.

Zolang het onweer nog ver weg is, kun je het beste zo ver mogelijk afdalen. Maar je moet niet als een gek de berg af gaan rennen. Zeker als het regent is de kans groot op ongelukken en dan kom je helemaal niet meer beneden. Komt het onweer te dichtbij, dan kun je beter gaan schuilen.

Als vuistregel voor de afstand (in kilometers) kun je nemen: het aantal seconden tussen de flits en de donder gedeeld door drie. Bij een tijd van 10 seconden komt de bui gevaarlijk dichtbij (vergeet niet dat de donder flink kan echoen in de bergen!).

Voor de bliksem is het makkelijker door het menselijk lichaam te gaan dan door de grond. Je moet dan ook nooit op de grond gaan liggen, maar gehurkt gaan zitten met je voeten een klein eindje uit elkaar. Een hutje met bliksemafleider is natuurlijk nog beter. Blijf in elk geval uit de buurt van water, omdat ook water goed de bliksem geleidt.

'Het weer in de bergen' is geschreven door Ingrid.


arrow_backHome